Zoekfilter

- (EUR)
Selecteren
Sluiten
Herstellen
per pagina

Stel een Aflopende Directie in

Jiri Kolar

Vanaf de jaren ’60 maakte hij ‘gestreepte’ collages waarin schilderkunst en poëzie is gecombineerd: Jiří Kolář. Dat is een niet zo vreemd gegeven, sinds de Tsjech, geboren in 1914 te Protivín, schrijver, dichter, kunstschilder en eveneens vertaler was. Met zijn experimentele beeldende kunst werd Kolář, overleden in 2002 te Praag, de (mede)vader van de nieuwe collagetechnieken confrontage, froissage en rollage.

Als een zoon van een bakker en naaister had Kolář het in zijn jeugd niet zo breed. Hij werkte daarom als meubelmaker – hij verloor tijdens zijn werk een vinger – en bartender, en schreef hier en daar wat bij als dichter. Zo heeft hij toentertijd zijn gedichten en poëzie gewijd aan openlijke erotische scènes, zoals ‘Ústnice’ (Orale seks), ‘Svícen a trakař’ (Seksstandjes) en ‘Růže Večernice’ (Seks met een prostituee). Deze gedichten werden gebundeld in ‘Thus Křestní’ (Het doopselcertificaat) uit 1941, dat wordt gezien als zijn eerste publicatie. Deze bundel en drie andere uit de jaren ’40 werden gerekend tot de nieuwe poëtische stijl van Skupina 42, waar ook onder anderen Jindřich Chalupecký, Ivan Blatný, Josef Kainar, Jiřina Hauková en Kamil Lhoták lid van waren.

Toen Kolář in 1943 zich volledig op het schrijven ging richten, zoals voor de vereniging Dílo, ging hij wonen en werken in Kladno, nabij Praag. Daar werd hij in 1945 lid van de Communistische Partij, maar verliet deze datzelfde jaar. Zijn straf: tot 1948 mocht de schrijver niets meer publiceren van de communisten, die toen aan de macht waren in Tsjecho-Slowakije. Maar toen vond de politie zijn manuscript ‘Prométheova játra’ (Prometheus’ lever) in handen van Václav Černý, waardoor Kolář in 1953 werd gearresteerd en een aantal maanden in de gevangenis moest zitten. Ook al hield zijn publicatieverbod tot 1964 in stand, hij bleef gedichten, balletten en drama’s schrijven.

In een periode van een wat milder stalinisme, werd Kolář leider van een groep dichters in Café Slavia. Tot die groep behoorden ook Václav Havel en Jan Zábrana, totdat Kolářs gedrag – hij gooide onder meer koffie over Josef Hiršals shirt – hem van zijn formele vrienden ontdeed. In die tijd, van 1948 tot 1953, schreef hij poëtische dagboeken als ‘Očitý svědek’ (ooggetuige) uit 1949 en het manuscript ‘Prométheova játra’ uit 1950.

De kunst van Kolář staat, zoals eerder beschreven, in lijn met zijn schrijfkunsten. Zo begon hij in de jaren ’60 met het schrijven van experimentele poëzie, zoals analfabetogram en cvokogram, en dat bracht hem bij het experimenteren met kunst. Hij gebruikte toen een scalpel om foto’s uit tijdschriften te snijden en creëerde kleur door deze afbeeldingen op geprint papier te plakken. In zijn latere werk werd visuele poëzie verbannen en werden alledaagse materialen als haar, scheermesjes, ritsen en koorden toegepast in zijn driedimensionale werken.

Bij onder meer het Guggenheim Museum in New York, het Musée d’Art Moderne te Parijs, het Institut für Moderne Kunst in Nuremberg, de Grosvernor Gallery te Londen, het Musée d'art contemporain de Montréal en de Koninklijke Musea van de Schone Kunsten in Brussel heeft Kolář zijn kunst geëxposeerd. In 1968 ontving hij een prijs van het Nationaal Comité in Praag en een jaar later, in 1969, ontving de kunstenaar de eerste prijs tijdens de Biënnale van São Paulo. Sinds 1980 woonde Kolář in Parijs en vroeg in 1984 het Franse staatsburgerschap aan. Vanaf 1989 bezocht hij steeds vaker zijn geboorteland, Tsjecho-Slowakije, en verbleef de laatste jaren van zijn leven in een ziekenhuis in Praag. De veelzijdige kunstenaar, die opnieuw het Tsjechische staatsburgerschap aanvroeg in 1992, overleed in 2002 aan de gevolgen van een ziekte.

http://www.jiri-kolar.com/

http://www.galerieart.cz/prodej_kolar.htm

http://www.nytimes.com/2002/08/23/arts/jiri-kolar-88-czech-collage-artist-and-poet.html

http://www.artnet.com/artists/jiri-kolar/biography-links

http://www.galeries.nl/index3.html

Not Just Another Canvas on the Wall